naar boven  

Wat is de oorzaak van stotteren

13-02-2018

Er zijn net zoveel vormen van stotteren als er stotterende mensen zijn. Iedereen stottert op zijn eigen, persoonlijke manier. Wat voor de één een moeilijk woord is, is voor de ander een fluitje van een cent en wat voor de ene persoon een beklemmende situatie is, daar haalt een ander zijn schouders voor op. Toch zijn er vooral veel overeenkomsten. In het gedrag en de emoties die stotteren met zich meebrengt. Maar de grootste overeenkomst is de fysieke oorzaak. Door deze weg te nemen, kun je het stotterprobleem oplossen.

Iedereen die stottert is op een ander moment en om een andere reden gaan stotteren. Een speciale oorzaak is niet aan te wijzen. Er wordt vaak gesuggereerd dat stotteren erfelijk is, maar daarvoor is geen enkel bewijs. Wanneer van een eeneiige tweeling één kind wel stottert en het andere niet is erfelijkheid onwaarschijnlijk.

Stotteren begint meestal tussen het tweede en zesde levensjaar. Op deze leeftijd overkomt het veel kinderen dat zij een periode minder vloeiend spreken: ongeveer 4% herhaalt woorden, hakkelt of struikelt wel eens over wat ze willen zeggen. Dat is ook niet zo vreemd: praten is een ingewikkeld proces dat veel oefening vraagt. Op deze leeftijd neemt de woordenschat enorm toe, maar de kennis over zinsbouw en de spreekmotoriek zijn nog niet zo goed ontwikkeld.

Dit struikelend spreken, dat overigens heel ontspannen gebeurt, wordt primair stotteren genoemd en heeft eigenlijk niets met echt stotteren te maken. Het verdwijnt in de regel vanzelf weer. Maar een deel van deze kinderen, één op de drie, stottert écht, of gaat dit doen na een periode van primair stotteren. De haperingen veranderen dan: van ontspannen worden ze gespannen.

Na het struikelen over woorden door enthousiasme of haast, ontstaat het échte, secundair stotteren. Je kunt dit goed zien: kinderen blijven dan bijvoorbeeld telkens hangen op dezelfde letters, vermijden bepaalde woorden of situaties, gaan fluisterend spreken en wijzen liever iets aan dan dat ze het benoemen. Ook is duidelijk dat ze zich ongemakkelijk voelen wanneer ze er niet uitkomen. Dan kunnen ook de lichamelijke reacties beginnen; de ongecontroleerde bewegingen van het gezicht en/of ledematen, het rood worden, de tong uit de mond persen, met de voet of hand mee tikken en in het ergste geval, om het woord er maar uit te krijgen, het zichzelf slaan.

Secundair stotteren kan worden veroorzaakt door een heftige of emotionele gebeurtenis, zowel positief als negatief. Andere keren is er geen enkele aanwijsbare reden. Maar wanneer het secundair stotteren eenmaal is begonnen, zal een angstig verwachtingspatroon ontstaan dat het stotteren in stand houdt of zelfs verergert. Sommige kinderen groeien op latere leeftijd nog ‘vanzelf’ over hun stotterprobleem heen, maar desalniettemin is het absoluut aan te raden zo snel mogelijk in te grijpen. Want de kans is groter dat het níet zomaar overgaat, en dat het kind levenslang gevangen zal blijven in zijn stotterprobleem. Een enkele keer kan het ook gebeuren dat stotteren pas op latere leeftijd begint. Vaak ligt er dan een emotioneel trauma aan ten grondslag. Ook onzekerheid die de pubertijd met zich meebrengt kan een trigger zijn voor stotteren. Ná de puberteit komt het zelden meer voor dat iemand nog begint te stotteren.

Er zijn ongeveer drie keer zoveel jongens die stotteren als meisjes. Hoe dat komt, is niet bekend. Wellicht komt het doordat meisjes een snellere ontwikkeling doormaken, zowel lichamelijk als op het gebied van taal en motoriek. Ze leren ook eerder spreken dan jongens.

Daarnaast is de opvoeding anders: die van jongens is vaak meer prestatiegericht - falen wordt hun meestal zwaarder aangerekend. Dit kan de druk om vloeiend te spreken verhogen. Er zijn ook kwalen die juist veel vaker bij meisjes of vrouwen voorkomen, zoals hyperventilatie en eetstoornissen.

“Ik benoem stotteren als een lichamelijke aandoening, met aan de basis een psychische oorzaak. Wij houden ons principieel níet bezig met de aanleiding tot het stotteren. Bij iedereen is dit namelijk weer anders. Er wordt gekeken naar hoe het stotterprobleem opgelost kan worden, niet naar hoe het begonnen is.”

Ingrid Del Ferro